THE HORSE FLIES
UNTIL THE OCEAN
Het is ongewoon om bij een bespreking van een Cd met superlatieven te beginnen, maar subliem, magistraal, innovatief, adembenemend en beklijvend zijn termen die spontaan opkomen bij beluistering van dit studioalbum van ‘The Horse Flies’, het eerste sinds lange tijd. Sinds hun bassist overleed ontbrak het de bandleden aan animo om zonder hun muziekmaat gezamenlijk verder te doen. Deze fantastische New Yorkse band, die akoestisch met synthetisch en folk met improvisatie verenigt, werd opgericht in 1981. Sindsdien trokken zij met hun vernieuwende muziek door de USA, Canada en Europa, waar zij overal op festivals of op radio met hun eigensoortige muziek verbluften. Hoofdrolspelers zijn Richie Stearns met zijn emotionele zang en banjo, Judy Hyman met haar pakkend vioolspel en ook zang en Jeff Claus met ebow, uke en akoestische hetzij elektrische gitaar. Maar ook de drie andere muzikanten zijn essentieel voor het begeesterende groepsgeluid via de aanwending van percussie, accordeon, bas en Moog. Het obsederende tranceachtige ritme met dat opzwepend banjogetokkel doet meer dan eens aan de blues van Otis Taylor denken, ook qua thema’s. In ‘Veins Of Coal’ of ‘Baghdad Children’ wordt de tragiek belicht van het mijnwerkersbestaan of het lot van kinderen overal ter wereld die door het terroristisch geweld worden bedreigd. ‘Veins Of Coal’ roept dat desolate en onrechtvaardige op dat ook Taylor met zijn banjoritmes zo meesterlijk kan opwekken. Het duo Stearns-Claus weet als rasechte poëten trouwens ook met een minimum aan beelden het maximum aan gevoelens in beweging te zetten. Het huiveringwekkend mooie vioolspel van Judy fungeert als katalysator om al die gevoelens vrij baan te geven of nog meer te intensifiëren. Wie bij ‘Drunkard’s Child’ ongevoelig kan blijven is niet van deze wereld. Maar het album ‘Until the Ocean’ is vooral een groepsproduct, vernieuwend zoals ook de instrumentale ‘The Penguin Café’ dat was. Oud en nieuw worden vermengd met een gedrevenheid die a.h.w. de grenzen van het verbeeldbare doorbreekt. Het opjagende instrumentale ‘Rafting’ doet filmisch aan. De band maakte trouwens al enkele filmscores naast minimalistische dansmuziek, samengebracht in een zevental albums. En Richie Stearns en violiste Judy Hyman speelden mee met Natalie Merchant op haar alom geprezen plaat ‘The House Carpenter’s Daughter’. Het talent barst gewoon langs alle kanten uit zijn voegen en ook Taki Masuko met zijn energetische percussie mag ik niet onvermeld laten. Want dat is de kracht van deze ‘Horse Flies’ die in hun samenspel een voortstuwende hypnotische muziek weten te creëren die nog lang nazindert in gehoor en ziel, ook als de laatste noten weggestorven zijn.
Marcie